Sociaal ethische norm ECLI NL OGEAC 2025 256 Rechtbank Curaçao

Seks tussen een 22-jarige jongen en een 14-jarig meisje. Hun seksuele handelingen zijn in strijd zijn met de sociaal-ethische norm.

Het Gerecht heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. D. van Zetten en van hetgeen door de verdachte en zijn raadsvrouw mr. M.O. Gomes, naar voren is gebracht.

De verdachte wordt tenlastegelegd:

dat hij op in of omstreeks de periode van 9 april 2024 tot en met 13 september 2024 te Curaçao, met [slachtoffer] (geboren [2010]), die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, (telkens) een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer], hebbende hij, verdachte,

Een of meermalen zijn penis in de vagina van die [slachtoffer] gebracht en/of geduwd en/of gehouden;

De officier van justitie mr. D. van Zetten heeft gevorderd dat de verdachte voor het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden, waarvan acht maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren met aftrek van de tijd doorgebracht in voorlopige hechtenis, met als bijzondere voorwaarden dat de verdachte:

– zich gedurende de proeftijd houdt aan de door of namens die instelling te geven aanwijzingen, zolang deze instelling dat noodzakelijk oordeelt,
– een behandeling volgt bij de psycholoog gericht op bevorderen van het emotioneel welzijn;
– een SOVA-training volgt;
– een cognitieve gedragstherapie en/of coaching gericht op vergroten weerbaarheid dan wel soortgelijke training/therapie volgt, indien de reclassering en/of psycholoog dat noodzakelijk acht.

Ook heeft zij gevorderd dat aan de verdachte een verbod wordt opgelegd om contact op te nemen met het slachtoffer.

Daarnaast heeft de officier van justitie gevorderd dat de vordering van de benadeelde wordt toegewezen, met toepassing van de wettelijke rente en de schadevergoedingsmaatregel.

BESLISSING

Het Gerecht:

verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde feit heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij;

kwalificeert het bewezen verklaarde als hiervoor omschreven;

verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en de verdachte daarvoor strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de 24 (vierentwintig) maanden;

bepaalt dat van deze straf een gedeelte, groot 12 (twaalf) maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd, van 3 (drie) jaren aan een strafbaar feit schuldig heeft gemaakt;