Poging diefstal van een tas ECLI NL OGEAC 2025 252 Rechtbank Curaçao

Poging diefstal van een tas door met een fiets langs het slachtoffer te rijden en te proberen diens tas af te pakken.

Feitelijke aanranding tijdens woningoverval. Het slachtoffer, dat naakt op bed lag, werd wakker omdat zij voelde dat er iemand tegen haar aan lag. De verdachte bevond zich op dat moment ook in haar slaapkamer. Hij heeft haar zijn geslachtsdeel getoond en heeft haar meermalen op haar mond heeft gekust.

De verdachte wordt – na wijziging van de tenlastelegging – tenlastegelegd:

de zaak met parketnummer 510.00009/24 (hierna: zaak A)

dat hij op of omstreeks 15 februari 2024, althans in of omstreeks de maand februari 2024 te Curaçao, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen een tas en/ of een zwart/ wit etui met inhoud,

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan een (tot op heden onbekend gebleven/NN-persoon) mannelijke toerist, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en daarbij die voorgenomen diefstal te doen voorafgaan en/of te doen vergezellen en/of te doen volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die toerist, met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken, op een fiets rijdend de toerist heeft benaderd en heeft getracht de tas en/of een zwart/wit etui van die toerist weg te rukken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

De officier van justitie mr. D. van Zetten heeft gevorderd dat de verdachte voor het in zaak A, zaak B onder 1 en 2 en zaak C tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot jeugddetentie voor de duur van 24 maanden, waarvan vier maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren.

Daarnaast heeft zij de oplegging gevorderd van bijzondere voorwaarden, te weten dat de veroordeelde gedurende de proeftijd zich stelt onder het toezicht van de UO Justitiële Zorg en dat hij zich zal gedragen naar de aanwijzingen die veroordeelde zullen worden gegeven door de UO Justitiële Zorg, zo vaak en zolang de UO Justitiële Zorg dat nodig acht, ook als dat inhoudt het volgen van een Cognitieve Gedragstraining. Ook vordert de officier van justitie een contactverbod met [medeverdachte].

Ten slotte vordert zij de opheffing van het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis in de Janthielzaak (zaak A).

BESLISSING

Het Gerecht:

veroordeelt de verdachte tot jeugddetentie voor de duur van 24 (vierentwintig) maanden;

beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde jeugddetentie in mindering wordt gebracht;

bepaalt dat een gedeelte van deze straf, groot 4 (vier) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd, van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt;